 |
De staat heeft altijd onder vuur van rappers gelegen. Sinds de kinderjaren van hiphop wordt het de overheid bijvoorbeeld kwalijk genomen dat de leefomstandigheden in achtergestelde gebieden niet verbeteren. De kritiek zwol aan tot angst en vijandigheid, die in artiesten als Public Enemy en Dead Prez twee van zijn voornaamste vertolkers vond. Talib Kweli liet op 'Good Mourning' zelfs doorschemeren dat hij zijn luisteraars niet op naïveteit wil betrappen: "I'm probably on some government list for my rhyming, you a fool if you don't think they already tapped your line".
Net als andere karaktertrekken van hiphop heeft ook de vijandigheid tegen de overheid de oversteek gemaakt naar Nederland. Ook hier wordt de staat soms bezongen als een crimineel orgaan. Raymzter stelde dat de 'echte gangsters' in het kabinet zitten en bestempelde de VVD tot 'maffia'. Stickert ging in het nummer 'Laatste dagen' zelfs zo ver om de identificatieplicht te vergelijken met de Jodenster. En volgens Lange Frans gaat de overheid 'over lijken'. Hij doelt daarbij op klokkenluider Fred Spijkers, die als maatschappelijk werker bij het leger weigerde te liegen over een dodelijk mijnongeluk. Hierdoor is hij jaren tegengewerkt door de staat. Politicus Tofik Dibi vond het nummer voldoende reden om premier Balkenende Kamervragen te stellen. Want was het niet zorgwekkend dat jongeren zo tegen de staat aankeken? Liever gaat Dibi iets nuttiger om met zijn tijd en valt hij de premier niet lastig met een nummer dat wel erg toevallig samenvalt met een nieuw tv-programma van Frans dat bijna dezelfde naam draagt.
De vrees voor en vijandigheid tegen de staat die rappers aan de dag leggen moet serieus worden genomen. De beschuldigingen worden niet altijd ondersteund door feiten, maar een dergelijk sluimerend gevoel bij een bevolking is funest voor een democratie. Het moet ook de emotie zijn die Wijnand Duyvendak voelde toen hij in 1985 inbrak in het ministerie van Economische Zaken. De overheid waakt helemaal niet over ons, dacht de milieuactivist, en haar ambitie om een kerncentrale te bouwen moet worden gefrustreerd. De namen en adressen van ambtenaren betrokken bij het energieproject werden gepubliceerd in een activistenblad. Op die manier werden ze ontmaskerd als criminelen, zo was de opzet van de inbrekers, en kon de zomerrust bij de ambtenaren worden verstoord.
Dat de ontboezeming in 2008 over zijn inbraak als een boemerang zou terugkomen wist Wijnand Duyvendak niet. Het persbericht van zijn uitgever liet de pers links liggen, maar toen het Kamerlid zelf de boekpresentatie onder de aandacht bracht, en nog even melding maakte van de succesvolle diefstal, was het aan. Een week later maakte hij zijn bureau leeg.
De GroenLinkser kreeg een golf van kritiek te verwerken. Zo was de manier waarop hij afstand nam van zijn inbraak hoogleraar Politicologie Meindert Fennema in het verkeerde keelgat geschoten. Duyvendak zegt dat hij in de politiek concludeerde dat veranderingen langs parlementaire weg veel effectiever zijn dan inbraak en diefstal. Fennema vindt die redenering vreemd, want zouden strafbare feiten volgens Duyvendak wel geoorloofd zijn als ze effectiever zouden zijn dan politieke middelen?
De Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest vindt dat zijn partijgenoot te hard wordt aangepakt. Soms zijn buitenwettige acties namelijk wel geoorloofd, zei de GroenLinkser, mits de activisten zich later maar identificeren zodat de rechter hun protest kan toetsen. Maar politici zijn wetgevers en een dergelijke opstelling ten opzichte van actievoeren kan hun werk beperken. Want hoe kan een Tweede Kamerlid nu serieus een voorstel doen tot een nieuwe wet, die onder voorwaarden dus direct overtreden mag worden?
Duyvendak voerde in de jaren tachtig een strijd tegen de staat, die hij, gezien zijn inbraak, als een vijand van het milieu en dus de mens beschouwde. Hij ging de politiek in en werd zo vertegenwoordiger van die staat. Met zijn geopenbaarde actieverleden heeft hij (een deel van) de overheid ongewild gecriminaliseerd, waar hij dat als actievoerder doelbewust deed. Hij droeg zo bij aan het beeld van politici met vuile handen, dat maar al te vaak de kop opsteekt in hiphop.
De overheid als tegenstander benaderen is voor rappers betrekkelijk veilig. Hiphop is een rebelse kunstvorm die zich afzet tegen autoriteiten en het kabinet afschilderen als een criminele groepering zal dus niet zo snel verkeerd vallen bij de achterban. Wat dat betreft is Def P. te prijzen voor het stelling nemen tegen het grenzeloze cynisme over de politiek. Hij zei een aantal jaren geleden in een interview dat politici soms ook echt wel goede dingen doen. Dat is gedurfd in een opstandige cultuur, dat is tegendraads. Dat is, uiteindelijk, echte hiphop.
Rogier
|
|