|
|
 |
Line die alles zegt: One two threeeeeee, it’s kinda dangerous to be an emceeheehee
Dankjewel Ex. Dankjewel Mini. Ineens is mijn column actueel. Het zesde element is namelijk Battling. Needs no explaining, lijkt me zo. Battle culture. School of hardknocks. Skills. En hoppa, mijn punt is gemaakt. Lekker elementje hoor, ik ben er in vier zinnen vanaf.
Toch is het te vroeg om mijn zondagse pannekoeken te gaan bakken. Ex en Mini laten samen namelijk een interessant verschil zien tussen twee battle-soorten. De battle tussen Ex en Gert Jan Mulder is er één van de Olympische school. Sportief, netjes, alleen maar punten maken met je skills. Als ze elkaar tegenkomen, doen ze misschien wat brommerig. De ruzie tussen Mini en de Kempman (zo heette onze zaalvoetbalkeeper trouwens ook) is er één van de Straat-school. Knetterhard, met twee gestrekte benen op de enkels. Als zìj elkaar tegenkomen, schat ik de schade ergens tussen de Hansaplast en de één jaar cel.
Laten we beide scholen eens naast elkaar zetten. De oprechte Olympiër zegt: hou het hiphop, keep it on wax. En vervolgens de gevleugelde woorden: kun je het niet met woorden (pieces, powermoves, juggles) af? Een tikkie neerbuigend, maar een goed punt. Hiphop draait om skills. Maar een fanatieke Stratenmaker zal zeggen: wat lul je nou wijsneus, put your money where your mouth is. En vervolgens de gevleugelde woorden: ik sla je helemaal de tering, homo. Wellicht wat agressief, maar ook een goed punt: niet praten als je het niet waar kan maken.
Met Biggie, Pac en mijn eigen gezondheid in gedachten, heb ik de neiging om te kiezen voor de Olympische school. Een stuk beschaafder, en bovendien levert die vaak knappere punchlines op. Maar we moeten één ding niet vergeten: het eerste element is niet voor niets de Straat. Olympiërs beoefenen hun sport puur om de sport, mooi maar vrijblijvend. Misschien zelfs een beetje hol. Terwijl veel Stratenmakers vechten voor Volk en Vaderland. In concreto: hun click, wijk of stad. Dat is een veel mooiere drive, dat is passie. Dan gaat het niet meer om het spelletje, dan zijn het de knikkers. En ja, daarbij horen de regels van de straat, of je het leuk vindt of niet.
Ik hoop alleen dat ze die regels een beetje streng houden. Harde beef? Heerlijk. Keith Murray die Prodigy klapt? Lekker. Maar dode rappers, daar hou ik niet zo van. En dit brengt mij bij een prachtig cliché, lieve lezers. Namelijk: misschien is hiphop er wel om de Straat wat Olympiek bij te brengen. Leave your nines at home and bring your skills to the battle. Hiphop als redder in nood, wat een wijze les hè? Het moet niet mooier worden.
En nou heb ik wel pannekoeken verdiend. Peace.
Oudewijzekiko
|
|
|
|