De dalende verkoop van muziek heeft de laatste jaren de positie van optredens als voornaamste inkomstenbron verder versterkt. Maar hoe houden artiesten plezier op podia als ze alle zalen al drie keer hebben gezien? Hoe balanceert een programmeur van een concertzaal tussen zijn waardering voor een artiest en het kostenplaatje? Rapper Def P, boeker Irfan Er van Topbillin' en programmeur Kees Heus van Paradiso in deel drie van de serie Love & Business.
Rol van de Randstad
Afgemeten aan de zichtbaarheid op televisie, aandacht van andere pers en noteringen in de hitlijsten wint hip hop de laatste jaren in Nederland aan populariteit. De mate waarin liefhebbers op shows afkomen blijkt nog te verschillen per regio. "Hip hop acts zijn vaker in de Randstad weg te zetten, zegt Irfan Er van boekingskantoor Topbillin'. "Dat komt door de diversiteit aan culturen en de bredere muziekinteresses die er leven. Er worden ook meer initiatieven ondernomen door zelfstandige evenement- en festivalorganisatoren, buiten het zalencircuit om. Bij podia als WATT en Paradiso kan ik in een maand de Jeugd van Tegenwoordig, Winne, Zo Moeilijk en Fakkelbrigade neerzetten. Buiten de Randstad kunnen podia eigenlijk maar één keer in de maand een hip hopact programmeren. Ze krijgen de zaal anders niet vol." Rapper Def P kan zich hierin vinden maar maakt wel een kanttekening. "Er wordt vaak neergekeken op die zogenoemde boeren maar die kunnen wel een feestje bouwen. In de grote stad is hip hop meer stoer doen, het is een modeverschijnsel geworden. In dat boerengat komen mensen nog voor de muziek. In de Randstad staan in de zaal zelf ook allemaal rappers. Die gaan niet voor je uit hun dak."
DIY of boekingskantoor
Def P was twintig jaar voorman van de Osdorp Posse. Een afscheidstournee markeerde dit jaar het einde van de grondleggers van de Nederhop maar niet van de carrière van Def P persoonlijk. Hij heeft zijn optredens, net als zijn schilderkunst, theaterstukken en workshops ondergebracht in DefPenCo: een bedrijf voor creatieve dienstverlening dat hij runt met Marco Moolhuizen, ook bekend als IJsblok van Osdorp Posse. Zelfstandig optredens regelen is niet vreemd voor Def P. Slechts drie jaar bracht de O.P. zijn shows onder bij een boekingskantoor, de overige zeventien jaren verzorgden ze zelf het contact met de zalen.
"Mojo zorgde toen voor optredens op de grote festivals, dat is hun toegevoegde waarde. Op bijna al die festivals waren we de eerste hip hopgroep ooit, we hebben het ijs gebroken. Op Pinkpop kwamen we de eerste keer expres met dj's en breakdancers, om een indruk te geven van de hip hopcultuur. Na drie jaar was Mojo klaar met ons en zeiden ze dat we beter zelf weer onze boekingen konden doen. In principe konden we bij alle andere boekingskantoren terecht, maar waarom zou je iets uitbesteden als je op eigen kracht hetzelfde aantal optredens kunt regelen? Leuk is die administratie niet maar je moet kunnen relativeren. Nederland is te klein om non-stop te touren. Wij hebben met Osdorp Posse ook rustigere periodes gehad, dan namen we gewoon een nieuwe plaat op."
Uitgebalanceerde stal
Verschillende succesvolle rappers zoals Brainpower, De Jeugd van Tegenwoordig en Fakkelbrigade laten hun boekingen verzorgen door Topbillin'. Het behoort met Missin Link (o.a. Jiggy Dje, Hef), Represent Agency (o.a. Diggy Dex, Dj Knowhow) en Bambookings (o.a. DJ SP) tot de belangrijkste boekingskantoren in de Nederlandse hip hop. Topbillin' werd in 2005 opgericht om het netwerk en de kennis van platenbaas Kees de Koning, boekingskantoor Agents After All en dj- en productieduo The Partysquad te bundelen. Het moest hét bedrijf worden waar het neusje van de hip hopzalm zijn optredens kon onderbrengen.
Met de "urban hype" op zijn hoogtepunt kende de Nederlandse hip hop eigenlijk nog geen goed boekingskantoor. Waaruit blijkt de toegevoegde waarde van Topbillin' na vier jaar? Irfan Er: "Agents After All heeft een goed netwerk in het popcircuit, Jerry van The Partysquad en Kees hebben relaties in de clubs en hip hopwereld. Typhoon was in 2008 bijvoorbeeld Ambassadeur van de Vrijheid. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei koos hem voor die optredens op bevrijdingsfestivals nadat Topbillin' hem voorstelde. Daar zijn wel enkele maanden gesprekken aan vooraf gegaan om uit te leggen waarom Typhoon voor hen een geschikte act zou zijn. Maar ik denk dat hij niet snel in beeld zou zijn geweest zonder onze gebundelde kennis."
Na vier jaar heeft Topbillin' het druk. Het succes schuilt volgens Er ook in de uitgebalanceerde stal. "Ik kan ook andere artiesten aanbieden als een bepaalde act te duur is voor een zaal of op een specifieke datum al een ander optreden heeft gepland. Rico en Sticks konden bijvoorbeeld niet ingaan op een uitnodiging van een bevrijdingsfestival in Zeeland omdat ze in Zwolle moesten optreden. Toen heb ik Winne aangeboden omdat hij al in De Piek in Vlissingen had gestaan en op die manier daar een beetje bekendheid genoot." De diversiteit komt ook de samenwerking met de artiesten van Topbillin' ten goede. "Aan vier Winnes heb ik niks. Dan kan ik een zaal niet uitleggen waarom een bepaalde act bij ons uniek is. Maar het is ook eerlijk naar de artiesten. Als die op elkaar lijken verwachten ze ook allemaal hetzelfde succes."
Dance of pop
Rappers die zaken willen doen met Topbillin' moeten vooral "muzikaal heel leuk" zijn en een professionele instelling hebben. Daarna volgt een gesprek waarin artiest en boekingskantoor kijken of ze dezelfde visie hebben op de "live-carrière". Er benadert de zalen hetzelfde voor al zijn acts. Hij kijkt naar de kosten die een artiest moet maken, zoals gastmuzikanten en dj's. Een nieuwe plaat is altijd onderdeel van het verhaal waarmee hij vervolgens naar podia stapt om een optreden voor zijn artiest te verkrijgen. "Negen van de tien keer" is een concertzaal enthousiast waarna wordt gekeken of een optreden financieel haalbaar is. Er ziet weinig programmeurs bij zalen die specifiek met zwarte muziek bezig zijn, laat staan alleen hip hop. "Vaker heb je het onderscheid tussen dance- en popprogrammeurs. Ik heb zelf bij Nighttown gewerkt, daar had je dezelfde verdeling. Voor hip hopfeesten kiezen podia ook vaak een samenwerking met een externe organisatie."
Een van de uitzonderingen is Paradiso, waar Kees Heus sinds 1997 zwarte muziek programmeert. Dan gaat het om jazz, hip hop, soul, dubstep en Afrikaanse bands. Heus is in de Nederlandse hip hop en daarbuiten ook al jarenlang actief als dj KC the Funkaholic, naast zijn werk als manager van platenlabel Kindred Spirits. Hij ziet tendensen in de ontwikkeling van Nederlandse hip hop-optredens. "Nederland heeft de hip hop in de Verenigde Staten gevolgd. Maar altijd een stapje later. Toen The Roots zich had gevestigd als eerste aansprekende hip hopband doken in Nederland daarna ook live-muzikanten op, zoals bij de groep GUTT. Tijdens de B-Boy Extravaganza-feesten begin jaren negentig was A Tribe Called Quest al een grote naam, maar Nederlandse acts zoals 24K en DAMN die toen optraden zochten nog de sfeer op van Public Enemy. Daarnaast zag ik natuurlijk een ontwikkeling in de technologie. Van drumcomputers, draaitafels en DAT-recorders naar CDR."
Toegevoegde waarde
Heus let bij het programmeren van hip hop acts op instelling en bijvoorbeeld ook op de manier waarop artiesten hun microfoon vasthouden. "Ik ben fan van Zwart Licht, maar live kwam het in het begin niet goed over. Fakkelbrigade daarentegen komt goed over op het podium. Er is rust op het podium, er gebeurt niet al te veel. Je verstaat ze beter, het straalt een soort gemak uit. Dat voel je in de zaal." Met de twee genoemde groepen wil Heus "best een risico" nemen door ze te programmeren als hoofdact. Daarnaast boekt hij Nederlandse artiesten als voorprogramma van Amerikaanse rappers. Heus onderscheidt rappers met een "following" en artiesten die een dergelijke grote fanbase niet hebben maar het wel goed zouden doen bij het algemene festivalpubliek.
"Het voorprogramma moet een toegevoegde waarde hebben. Ik krijg meer en meer bands aangeboden maar er moet wel een bepaalde hype rond de artiest zijn. Toch wordt Nederlandse hip hop artistiek steeds beter. Rap neemt ook andere vormen aan; crossover lijkt de nieuwe standaard. Het purisme is sinds de komst van de Jeugd van Tegenwoordig losgelaten, het is bijna een soort bevrijding voor de Nederlandse hip hop. Toen ik begin jaren negentig op B-Boy Extravaganza een keertje Mary J. Blige draaide werd ik bijna neergestoken. Ik moest Schoolly D draaien."
"De markt stort in elkaar"
Een verschil voor Heus tussen de Nederlandse en Amerikaanse rappers is de verdeling van de opbrengst. Hip hopgroepen uit de Verenigde Staten eisen een zogenoemde flat fee, een bedrag dat ze zeker krijgen uitgekeerd, ongeacht de opkomst. Daarbovenop komt dan vaak nog een percentage van "de deur", de opbrengst van de werkelijk verkochte kaarten. "Het boeken van Amerikaanse hip hop acts wordt daardoor steeds moeilijker. Bij Nederlandse rappers en rock-, pop- en Engelse acts onderhandel je gewoon over de reële kosten en praat je niet over een flat fee. Ik kreeg Nas in de zomer aangeboden. Daar is vraag en aanbod bijvoorbeeld niet bij elkaar gekomen. Amerikanen willen de hoofdprijs, maar hun formules zijn niet toe te passen in Europa."
Daarnaast ziet Heus nog een probleem bij het programmeren van hip hop, een cultuur waar tegendraadsheid een grote rol speelt. "Het hip hoppubliek is kritisch; niemand gaat 45 euro neertellen voor tien minuten. De markt stort in elkaar. Voor een kwalitatief goed optreden van Ghostface Killah hebben we nog geen tweehonderd kaarten verkocht. Dat merk je ook als je steeds vaker posters ziet hangen waarop optredens van rappers worden aangekondigd. Je gaat namelijk niet onnodig adverteren. De prijzen van hip hop-optredens moeten gewoon naar beneden. Het live-aspect is nog het enige dat uniek is. Vroeger moest je ook nog een album kopen voor jezelf, tegenwoordig is dat te downloaden. Nu wil je een artiest meemaken. Ik denk dat liefhebbers daar ook best geld voor over hebben." Heus ziet rappers in de toekomst hun werkterrein verleggen als het aankomt op optredens. "Rappers geven hier nog shows in zalen. Ik denk dat optredens steeds vaker gaan plaatsvinden in grote discotheken die de risico's beter kunnen dragen. Van die grote Duitse veehallen, daar komen tienduizend man op af. Als je meer bezoekers hebt, draag je minder risico."
Theater
Rappers kiezen daarnaast steeds meer voor een reis langs de theaters. Brainpower, Ali B en Pete Philly & Perquisite lieten hun voetsporen al achter op de planken. Heus begrijpt dat wel. "Het theater geeft meer zekerheid. Het publiek is honkvast, dat komt sowieso wel. Je groeit als artiest daarnaast mee met je fans; je bent een reflectie van je publiek." Irfan Er van Topbillin' sluit zich hierbij aan. "Brainpower komt uit een tijd dat fans nog echt platen moesten verkopen om aan muziek te komen. Zijn fans nemen meer tijd om naar hem te luisteren. Met een theatertour schat hij zijn publiek goed in."
Def P koos met Osdorp Posse nooit voor het theater omdat de "heftigheid en intensiteit" van het viertal zich beter leenden voor het clubcircuit. Toch ziet hij de voordelen voor artiesten. "Het theater is veiliger, want de zaal is kleiner. In het popcircuit kan je harder op je bek gaan. Daar kennen zaaleigenaren elkaar en bespreken ze wie weinig publiek trekt. Daarnaast staat het volume lager in het theater. Dat maakt een artiest verstaanbaarder dan in een popzaal. Het publiek is daardoor aandachtiger en luistert meer naar de teksten."
Vernieuwing
Osdorp Posse hield vast aan het popcircuit en heeft bijna alle zalen in Nederland wel een keertje aangedaan. De groep probeerde graag "iedere zaal uit zijn dak te laten gaan". Een sleur werd de jaarlijkse tour langs de podia nooit. "Ik heb constant vernieuwing gezocht. Ik ben van de oude stempel in de hip hop, dan ben je origineel bezig. Tegenwoordig lijkt bijna alles op elkaar. Ook binnen het hip hoppubliek is er nog maar een minderheid die originaliteit beloont. Vroeger had iedereen een eigen geluid. Nu doen veel mensen elkaar na. Wij hadden vanaf het begin schijt aan de rest. Wij waren blank, rapten in het Nederlands en ook qua muziek zochten we een eigen weg. Wij pakten samples van nummers uit de jaren zestig, van industrial en metal. Muziek die wij en onze ouders ook luisterden. We hadden een eigen sound. We hebben ook met reggae- en rockbands samengewerkt. Daardoor spraken we als een van de weinigen ook mensen buiten de hip hop aan en dat zie je terug tijdens onze optredens. Door een project met een metalband hebben we in 1996 bijvoorbeeld op het rockfestival Dynamo gestaan."
Hip hop als levend organisme
Voor Osdorp Posse was het een natuurlijk proces om het landschap buiten de hip hop te verkennen; hun samples en muzikale voorkeuren leidden hen op die weg. Artiesten zonder die achtergrond zouden ook kunnen kiezen om de hip hopteugels iets te laten vieren. Met de stagnerende verkoop van muziek is het misschien interessant om liedjes meer toe te snijden op een algemeen publiek dat geregeld goede bands wil zien optreden. Zo zouden rappers meer shows kunnen vergaren en net wat meer brood op de plank krijgen, bijvoorbeeld door eclectische vormen te zoeken die live goed uit de verf komen. Def P zou hier wel begrip voor kunnen opbrengen. "Hip hop is een levend organisme. Het buigt en groeit en verandert met de economische omstandigheden.
Toen Dr. Dre P-funk samples in zijn muziek verwerkte, stopte iedereen opeens pieptoontjes in zijn beats. Tijdens de populariteit van Puff Daddy recyclede iedereen bekende hits en tegenwoordig gebruiken veel rappers vocoders. In Nederland zie je dat nu een beetje bij Dio & the Madd, wat in feite popmuziek is, en bij de Jeugd van Tegenwoordig die bijna house maken. Dat zijn bewuste keuzes omdat die artiesten daar mogelijkheden zien."
Bottom Line
Def P kan in zijn atelier in de Amsterdamse Jordaan terugblikken op een imposante carrière die eigenlijk nog niet over is. Hij heeft nog wel een tip voor rappers die voor het eerst de grotere zalen aandoen. "Let heel scherp op je geluid", waarschuwt de rapper op de dag dat hij zijn veertigste verjaardag viert. "Beginners moeten meestal werken met een vaste geluidsman van de zaal. Ook met die paar kanalen die bij hip hop gebruikelijk zijn moet je een goede mix kunnen maken. Maar geluidsmannen nemen hip hop vaak niet serieus. Ze zijn gewend twintig sporen te mixen; met vier sporen denken ze dan dat ze niet hun best hoeven doen. Bij house heb je ook minder sporen, maar daar valt zo veel geld aan te verdienen dat die artiesten een eigen geluidsman kunnen meenemen." Ook al is het geluid dan niet altijd in orde, Def P denkt dat podia de hip hopcultuur wel meer op waarde zijn gaan schatten. "Zeker weten. Als een genre geld in het laatje brengt wordt het serieus genomen. Dat is uiteindelijk de bottom line."
|